Het weeshuis van de Beemster
In Middenbeemster staat, pal naast de kerk, een woonhuis, dat lange jaren heeft gediend als weeshuis. Reden voor Koosje Franken om eens in de geschiedenis ervan te duiken.
Zij kwam tot de conclusie dat het weeshuis een belangrijke functie in de geschiedenis van de Beemster vervulde, gekenmerkt door vooruitstrevend beleid.
Vanaf de droogmaking werden weeskinderen in de Beemster ondergebracht bij particulieren. De Hervormde kerk had hierin een bemiddelende taak. Omstreeks 1680 waren er echter zo veel wezen, dat deze manier van opvang niet meer mogelijk was. De besturen van de polder en de kerk besloten toen een weeshuis op te richten.
De kerk schonk f 500,- voor de aankoop van een pand, dat nu nog bestaat: Rijperweg 104. Tevens droeg de kerk de helft bij voor de eerste aanschaf van de inboedel. Gedurende 235 jaar werden wezen uit elke sociale klasse in de Beemster in het weeshuis verzorgd. Dit was een vernieuwing in het beleid van de zorg voor wezen. In de meeste plaatsen werden de allerarmsten niet opgevangen.
Opvallend is de aandacht voor het onderwijs aan wezen. Reeds in 1627 ontving de eerste schoolmeester van de Beemster, Pieter Carelsz Fabritius, schoolgeld van de diakenen (kerkbestuur) en armenmeesters (polderbestuur). Op 5 mei 1691 werd in een contract vastgesteld hoe de algemene kosten verdeeld zouden worden: elk de helft. De kosten voor de verzorging van de weeskinderen hing van het aantal af met als teldatum 1 april.
Na de lagere school werd er voor de wezen een betrekking gezocht en het verdiende loon kwam ten goede van het weeshuis, zo lang ze nog in het weeshuis verbleven. De enige bijdrage in het onderhoud van het weeshuis van buiten de Beemster was het ‘Oortjesgeld’. Dit was een vorm van de huidige BTW , die geheven werd op bepaalde producten. Het geld werd geïnd door de gemeenelands-kantoren van Purmerend en Hoorn. Deze bron van inkomsten viel weg in de Franse tijd.
Binnenmoeder
Het bestuur van het Weeshuis bestond uit vijf regenten en twee regentessen. De regenten regelden de financiële aspecten en de regentessen de huishoudelijke en opvoedkundige zaken. Het bestuur kwam een keer per maand met de diakenen en de binnenmoeder bijeen voor besprekingen. De binnenmoeder verzorgde de kinderen voor een salaris van f 100,- met vrije kost en inwoning en medische verzorging. Bij voorkeur was dat een weduwe zonder kinderen tussen de 35 en 50 jaar. Als de binnenmoeder getrouwd was, mocht haar man wel in het weeshuis wonen en werken. Daar stond geen vergoeding tegenover; er werd zelfs een bedrag voor kost en inwoning ingehouden. Daarnaast waren er buitenvaders en moeders, een soort voogden.
Regels
In 1716 werd een reglement opgesteld. Daarin werden de huisregels vastgesteld met betrekking tot op tijd thuiskomen, kerkgang en straffen. Ook werden voor de wezen financiële regelingen vastgesteld, die van golden voor verblijf in het weeshuis en het verlaten daarvan. In de negentiende eeuw werden de regels milder toegepast. Er werd toen ook gedacht aan vermaak voor de kinderen in de vorm van het Sinterklaasfeest, een jaarlijks uitstapje en een ‘kermiscent’. Aan het eind van de negentiende eeuw kregen de wezen ook de kans om na de lagere school ‘door te leren’. Dat gaf opnieuw blijk van moderne opvattingen.
Door betere voeding, hygiëne en huisvesting nam rond 1900 in Nederland het aant al wezen af. In de Beemster was dat echter niet het geval. Het bleef hier hoog, omdat er sprake was van een groot aantal kinderen uit drie gezinnen. Toen deze kinderen ouder werden, liep het aantal wezen drastisch terug. In 1901 zijn er nog elf wezen en in 1913 nog maar drie. In december 1916 waren er geen wezen meer, nadat de laatste twee wezen kort na elkaar stierven als gevolg van ziekte.
De Stichting Weeshuis bleef bestaan
De stichting Weeshuis bleef echter bestaan. Eigenaardig is het gegeven dat het houden van vergaderingen, het goedkeuren van rekeningen, het benoemen van regenten gewoon doorging.
Pas in 1921 kwam er een eind aan het dienstverband van de binnenmoeder en -vader.
Het pand werd verhuurd en in 1986 aan de huurders te koop aangeboden, nadat het enkele jaren eerder was verbouwd tot drie woningen. Na de opheffing van het Weeshuis waren er echterr nog bezittingen in de vorm van geld, effecten en land. De waarde van de bezittingen nam toe, doordat er geen verplichtingen tegenover stonden. Het college van Regenten en Regentessen beheert dit vermogen en legt daarvan verantwoording af aan de kerkenraad.
Verschillende instanties worden inmiddels ondersteund, zoals: opvang doofstomme kinderen aan de Rijperweg, ontvangst Noordierse kinderen, het Pinksterkamp voor jongeren van de Hervormde kerk en ondersteuning van kinderen in de Derde wereld.
| Tekst: Koosje Franken |
| De foto's werden gemaakt tijdens de opvoering van een wagenspel over een weeshuis door toneelvereniging Middenbeemster (Open Dag Beemster 2001. ) |
| Bronnen: |
Uitgave Historisch Genootschap 375 jaar Kerk in de Midden |
| |
J.Bouman Bedijking, opkomst en bloei van de Beemster |
|