Home
Informatie
Betje Wolff
Westerhem
Nieuws
Nieuwsarchief
Pronkstukken
Exposities
Publicaties
Historie
Actueel
Schouwschuit
Contact

Ondergoed... goed verborgen

Onderkleding van de vrouw en de man:
1775-1930 Noord-Holland door M.Havermans-Dikstaal

Ondergoed was goed verborgen onder de werkkleding, de zondagse kleding en zelfs onder de nachtkleding. In de linnenkast lag het ondergoed verborgen, gevouwen en met een lint om de stapel gestrikt. Aan de lijn of op de bleek was het zichtbaar voor de omgeving en kon men bij de'grote'was laten zien hoeveel stuks men bezat en hoe de kwaliteit van het goed was. Die 'grote' was gebeurde maar een paar keer per jaar. onderkleding werd lang op het lijf gedragen en de kleine was gebeurde om de drie of vier weken en rond 1900 om de twee weken. De was gaf veel werk gedurende vier of vijf dagen. Het was een bepaalde volgorde van bezigheden die het andere werk op de achtergrond plaatste. Men sliep in het onderste ondergoed, d.w.z. het hemd, de onderste onderrok en waarschijnlijk de witte onderkousen. De man legde zich te ruste in zijn lange onderbroek en zijn hemd en hield in de koudste periode ook zijn onderkousen aan. Halverwege de negentiende eeuw droeg de vrouw een nachtjak over haar hemd en als het erg koud was sloeg zij haar schoudermantel om: men sliep bijna zittend in de bedstede. Pas in de twintigste eeuw kon men in de warenhuizen en winkels nachthemden kopen of zelf thuis naaien.

-----

Ter gelegenheid van de tentoonstelling: Ondergoed, goed verborgen...'in 1997 in Museum Betje Wolff werd door het Historisch Genootschap J.A.Leeghwater (thans Historisch Genootschap Beemster) een boekje uitgegeven over dit onderwerp. Helaas slechts in een kleine oplage, die thans bijna geheel is uitverkocht. Het boekje is daarna verwerkt in het daarna eveneens door M.Havermans-Dikstaal geschreven boek: 'Aangekleed gaat uit', Streekkleding en cultuur in Noord-Holland 1750-1900