Home
Informatie
Betje Wolff
Westerhem
Nieuws
Nieuwsarchief
Exposities
Publicaties
Historie
Contact

De menagerie van Agrarisch Museum Westerhem
De koe van Westerhem

Al sinds de opening van Museum Westerhem in juni 2000, koesterden de medewerkers de hartstochtelijke wens om een koe op stal te hebben. Geen echte natuurlijk, maar wel een natuurgetrouw nagemaakt exemplaar.

Ze kregen niet lang na de opening van het museum de kans hun droom te verwezenlijken, want Westerhem wist de hand te leggen op een échte 'kunstkoe'. Die onmiskenbaar de verschijning had van een flink uit de kluiten gewassen Holsteiner. Niettemin zag de koe er bij aankomst in Middenbeemster niet echt als een koebeest uit. Ze behoorde namelijk tot een van de kunstwerken die verkocht werden op de veiling "Fryslân lân fân kij" in de Frieslandhallen te Leeuwarden. Oorspronkelijk hoorde ze bij een collectie modellen voor de manifestatie Summer 2000, die in Friesland werd gehouden: een kudde van tachtig stuks koeien in drie poses, grazend, liggend en herkauwend. Een kunstenaarsteam van de VU mocht zich uitleven in het versieren van de modellen, waardoor de kudde een bijzonder bonte aanblik bood.

Vier medewerkers van het museum: Kees de Waal, Mart Timmerman, Piet Stroet en Bart IJff kunnen nog steeds met genoegen kijken naar de nieuwe aanwinst. Het was een gelukje dat ze deze koe konden kopen, want er bleek veel belangstelling voor de veiling te bestaan. Uit voorzorg hadden ze toch maar de veewagen mee naar de veiling genomen en bleken die gelukkig nodig te hebben.Maar de artisticiteit van de kunstenaars was voor de vier Beemsterlingen, allen agrariërs, natuurlijk niet het belangrijkste. Zij hadden meer oog voor de bouw, de bespiering en de mooiste uier, want je wilt als museumgids de bezoekers toch kunnen vertellen waarom een koe een "best beest" is. Met kennersoog taxeren De Waal, IJff, Stroet en Timmerman hun koe en zijn het er over eens dat het kunstwerk een goede indrukgeeft van de koeien, zoals die omstreek 1900 hier al rondliepen. Deze enorme koe heeft een schofthoogte van 1.48 m. Ze schatten het "levend gewicht" op ongeveer 650 kg en de melkopbrengst op plm. 50 kg. Volgens expert de Waal zou dit een koe kunnen zijn die vier maanden gelegen gekalfd heeft. Koeien van het Holsteiner ras zijn indertijd in groten getale naar Amerika verscheept.

Eigenlijk kwam alleen de grazende versie in aanmerking. Ze moest immers passen in de Noord Hollandse winterstal van Westerhem, die geschikt is voor kleinere koeien. Maar dit is een "moderne" Holsteiner en daarom staat ze nu een beetje schuin in een box, die eigenlijk voor twee koeien bedoeld is; een herkauwende koe met de kop vooruit zou met de poten in de groep staan.

Ook de liggende koe kwam niet in aanmerking omdat bij haar de uier niet tot zijn recht zou komen. Inmiddels is de ietwat vreemde tekening op de huid van de koe verdwenen en pronkt ze in een glanzend zwart/wit bont jasje.

Overigens ligt er soms toch wel een koe in het geurige stro van de stal. Dat betreft dan een koe die tijdens de wintermaanden komt logeren. "Om de melk" noemt men dat in Beemster termen. Vroeger zorgden de tuinders ook vaak voor een goede overwinteringsplek voor van koeien van veehouders. Als genoegdoening voor de verzorging mochten ze de koe melken. De eigenaar van dit kunstwerk vond het eveneens een mooie oplossing om het zo lang in Westerhem te stallen.

Fries paard
Na de komst van de koe werd dankzij giften ook de aankoop van een Fries paard mogelijk. Het museum heeft nu nog één wens: een geitje ter gezelschap van het paard.