Epidiascope,
'overhead-projector'
van de 19de eeuw
Ooit wel eens van een epidiascoop gehoord? Zelfs museum Betje Wolff uit Middenbeemster bleek onkundig van het feit dat het apparaat dat ergens in een hoekje op de zolder lag, deze naam droeg. Wel wist men dat het ooit op een Beemster school gebruikt moet zijn geweest als een soort dia-projector. Het toestel is thans echter niet meer in het museum aanwezig, want het werd onlangs overgedragen aan het Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam. .
Het apparaat dat in een daarvoor speciaal getimmerde kist zat, werd ongeveer 10 jaar geleden door het museum gekocht uit de inboedel van de opgeheven Klim-op-school in Middenbeemster. Mogelijk is het in het begin van de vorige eeuw aangeschaft ter gelegenheid van de oprichting van Mulo-school in 1919. De naam van de leverancier Capilux uit Amsterdam stond op een koperen plaatje.
"Omdat niemand precies wist hoe het apparaat werkte, belandde de kist op zolder en niemand die er verder ooit aandacht aan schonk", vertelt Alie Vis, voorzitter van het museum. "En eigenlijk wisten we ook niet wat we er mee aan moesten omdat het niet tot de geëigende museumstukken gerekend kan worden". Omdat Betje alle voorwerpen, die in de loop van 60 jaar werden verzameld, niet zomaar op straat kan zetten, zocht ze er een betere bestemming voor. Ze informeerde of het Nationaal Schoolmuseum er interesse in had en daar werd verheugd op het voorstel gereageerd. Men wilde graag eens komen kijken.
De heer Jaap Ter Linden van het Onderwijsmuseum reisde meteen naar de Beemster af om de spullen te komen bekijken. Op de zolder van het museum trof hij de epidiascoop al aan, klaargezet boven op de kist. Hij wist meteen wat het was: "We hebben in Rotterdam wel meer van deze toestellen, maar een van dit type hebben we nog niet!", vertelde hij. Over hoe het apparaat in het verleden moet zijn gebruikt kon hij meedelen, dat in plm. 1875 op de scholen behoefte ontstond aan illustratiemateriaal. Daarvoor werden aanvankelijk toverlantaarns gebruikt. De 'dia's' waren grote glazen platen, waarop de voorstellingen vaak door het onderwijzend personeel zelf geschilderd werden. Door het schijnsel van een olielamp werden de plaatjes geprojecteerd. Maar de olielamp bleek als lichtbron niet sterk genoeg.
Toen werd de epidiascope geïntroduceerd, van oorsprong een Amsterdams projekt. Met dit toestel konden foto's en plaatjes met een lens en spiegels worden geprojecteerd. Eigenlijk is de epidiascoop dus te vergelijken met de huidige 'overhead-projector. Binnenvallend licht werd afgeschermd door een gordijntje. Zo rond 1900 moeten veel van deze apparaten op scholen zijn gebruikt. De epidiascoop van Betje Wolff heeft ook een elektrische aansluiting. De aankoop er van kan te maken hebben gehad met de aansluiting van de Beemster op het electriciteitsnet in 1915. |