 Middenbeemster, 29 april 2010
De opening van de tentoonstelling 'Rond de Haard' in Museum Betje Wolff vond weer plaats op het terras in de pastorietuin met als decor bloeiende fruitbomen en de gerestaureerde kerktoren.
Voorzitter Alie Vis introduceerde als spreker de heer Jan Dekkers, die uit hoofde van zijn beroep veel over verwarming wist te vertellen.
Bruikleen
Dekkers is de vierde generatie van een familie, die tot 2007 een smederij/verwarmingszaak in Purmerend had. Hij is tevens verzamelaar van bijzondere exemplaren, die de mens in de loop der jaren heeft gebruikt voor het verwarmen van de woning. In die hoedanigheid kon hij voor de tentoonstelling in Betje Wolff een aantal inmiddels al historisch geworden exemplaren in brui kleen afstaan. Daartoe behoort deze luxe honderd jaar oude koperen haard, die als zeer fraai tentoonstellingsobject in het koetshuis een plekje heeft gevonden. Met al zijn glanzend opgepoetste koper is hij het pronkstuk van Dekkers verzameling.
Reeds als kind had hij veel belangstelling voor geschiedenis en nu, bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, is Dekkers in de geschiedenis van Purmerend gedoken. Hij zou geen kachel- en haardenspecialist zijn geweest als daar ook niet het hoofdstuk 'verwarming' bij de kop werd genomen. Omdat het wellicht interessant is om daarover meer te horen, volgt hierbij een samenvatting van zijn toespraak t.g.v. de opening van de tentoonstelling 'Rond de Haard' op een dag in april, waar sprake was van welhaast zomerse temperaturen.
Kikkerlandje
Hij begon zijn verhaal met te vertellen dat we in ons koude kikkerlandje land gedurende toch wel zo'n 200 dagen per jaar verwarming nodig hebben. De allereerste huizenbouw was niet meer dan een plaggenhut, waarin een open vuur werd gestookt. De rook verdween door een gat in het dak. Het spreekt voor zich dat bouwsels zoals deze, opgetrokken van plaggen en rijshout, zeer brandgevaarlijk waren. De enige remedie om dat gevaar een beetje te beteugelen was een vuurvast stenen muurtje, waartegen het vuur werd aangestoken. Van gemetselde steen gemetselde muurtjes konden niet tegen de hitte van het vuur en barstten vaak.
Langzamerhand verdwenen de plaggenhutten en daarvoor in de plaats kwamen houten huisjes, die eveneens vaak in de fik vlogen. Hele wijken konden zo in vlammen opgaan, zoals de Grote Brand in De Rijp in 1654.Daarom werd in de late middeleeuwen in steden, waar huizen dicht opeenstonden, houten woningen verboden houten huizen met rieten daken te bouwen. Voortaan moesten dat huizen zijn die uit stenen waren opgetrokken en met hard materiaal gedekt, dus dakpannen of leien. De open vuurplek werd vervangen door een schoorsteen met een afvoerkanaal naar het dak. Tegen de stenen muurtjes werd een gietijzeren haardplaat geplaatst, die vaak prachtig versierd was en tevens goed de warmte opnam en uitstraalde.
Overal, in de burger- en herenhuizen, of paleizen namen de vuur- of stookplaatsen een dominante plaats in. Daarom werd de vuurplaats ook wel de gezelligste plek in zo'n huis, waar in de vlammen werd getuurd en verhalen werden verteld.
Salamander
Een verandering in huisverwarming trad op toen men een vat bedacht, waarin hout of turf gestookt kon worden. (De tijdens de tweede wereldoorlog gemaakte noodkacheltjes zijn daar een voorbeeld van). Uiteindelijk werd dat een gietijzeren kachel, zwaar in gewicht, degelijk en goed vuurbestendig.
Naast turf en hout werden daarin bruinkool en steenkool verbrand. Voor het stoken van steenkool werden deze kachels geperfectioneerd. Er werden speciale beluchtingsystemen in aangebracht om de kans op explosies door gasvorming te verkleinen. Aan de achterkant kwamen circulatiekanalen om de rookgastemperatuur naar de schoorsteen te verlagen en daarmee het rendement te verbeteren.
Naar de vorm en functie kwamen er pot-,, buis-, kook- , klaverdrie-, straal- en heteluchtkachels, maar ook de populaire 'salamanders'.
Naar de streek waar ze werden gemaakt kregen ze namen zoals: Gelderse potkachel, Brabantse plattebuiskachel, Staphorster dwarskachel.
Weeldebelasting
Voor schouwen in de herenhuizen werden haarden ontwikkeld, die zowel open als dicht gestookt konden worden. Voorbeelden behoren tot de vaste kollektie van museum Betje Wollf, die er een paar prachtige exemplaren van heeft staan. Het Museum heeft namelijk in vijf vertrekken een plek, waar 'Rond de Haard' kan worden gezeten.
Op een kachel kan worden gekookt, omdat er een kleine of een grotere kookplaat bovenop ligt, veelal met een dekseltje. Een haard is aan de bovenzijde rond en sierlijk afgewerkt.
Voor de BTW werd ingevoerd gold voor kachels 3% omzetbelastingmaar voor haarden, die als luxe werden aangemerkt, was dat 12%. Om het weeldetarief te omzeilen werd toen een klep of een klein kookplaatje in de bovenkant aangebracht, waardoor de haard tot haardkachel werd 'gepromoveerd'.
Kleine petroleumkacheltjes zonder afvoer bestonden al veel langer, maar toen in 1959 de Groningse gasbel werd gevonden vond een grote omschakeling plaats en sindsdien kwamen er ga shaarden en -kachels in ontwikkeling. Zuidoostbeemster werd in de zestiger jaren al aangesloten op het gasnet van Purmerend, maar andere delen van de Beemster bleven er van verstoken, totdat in Middelie een gasbel werd aangetroffen en een gastransportleiding naar Kennemerland moest worden aangelegd. Toen konden in 1975 ook het overige deel van de Beemster aangesloten worden op het gastnet en kon centrale verwarming zijn intrede doen. Kolen- en oliekachels werden afgedankt en dus museumstukken.
'Rond de haard' vertoont in alle vertrekken hoe kamers in het verleden verwarmd werden, maar ook wat de gebruiken waren. Kortom: het is een interessante tentoonstelling, die Betje Wolff heeft aan te bieden.
Oorlogshoekje
In het kader van de Herdenking van de bevrijding verdient een bijzondere vermelding het hoekje op zolder, waar spullen bij elkaar zijn gebracht, die memoreren aan de oorlogsjaren: hoe en wat er werd gedaan om maar enigszins wat warmte in huis te krijgen.
Openingsuren
Betje Wolff is geopend van 1 mei tot 1 oktober op
dinsdag t/m vrijdag van 11.00-17.00 uur zaterdag en zondag van 14.00-17.00 uur
Van 1 oktober tot 1 mei:
iedere zondag van 14.00-17.00 uur
In tegenstelling tot eerdere tentoonstellingen, die na het zomerseizoen werden opgeruimd, loopt 'Rond de Haard' t/m maart 2011. Dit verband met het feit, dat juist in de winter 'rond de haard' werd gezeten. Betje Wolff zint al op de organisatie van meerdere leuke activiteiten in dit jaargetij. |