Home
Informatie
Betje Wolff
Westerhem
Nieuws
Nieuwsarchief
Pronkstukken
Exposities
Publicaties
Historie
Actueel
Schouwschuit
Contact
Bewoners Nieuwbouw Middelwijck op de thee bij Betje

Museum Betje Wolff heeft er een goede gewoonte van gemaakt om zo af en toe bewoners van een straat of buurt uit te nodigen op de thee. Ze kunnen dan samen even een babbeltje maken en ook een kijkje nemen in het bijzondere museum van Betje Wolff, dat zijn naamgeving ontleent aan de 18de eeuwse schrijfster Betje Wolff. Betje woonde namelijk van 1759-1777 in dit pand aan de Middenweg in Middenbeemster als de vrouw van ds. Adrianus Wolff.
Indachtig de goede, oude gewoonte om kennis te maken met de buren, waren op zaterdag 18 april de bewoners van het Nieuwbouwcomplex Middelwijck aan de beurt. Het werden genoeglijke uurtjes.

De buurtjes namen de uitnodiging gaarne aan. Zo kon het gebeuren, dat de belangstelling om eens kennis te maken met de overbuur zo groot was, dat in twee groepen gesplitst moest worden. Op die mooie zonovergoten zaterdagmiddag rinkelde de bel van het Museum daarom onophoudelijk.

De eerste groep van 18 bezoekers werd in de tuinkamer verwelkomd door de gastvrouwen van deze middag: Alie Vis, Tinie v.d.Nes en Aafje de Jong, die de thee mèt een plakje eigengebakken cake serveerden. Dat maakte de tongen wel los.

Een aantal bezoekers was van origine Beemsterling en wist wel zo het een en ander over het museum. Maar er waren ook bewoners van Middelwijck, die zich uit andere plaatsen van Noord-Holland hier gevestigd hebben. Deze stelden daarom vragen over de historie van het museum. Alie legde uit dat het huis natuurlijk niet meer helemaal was zoals in de tijd van Betje, maar dat er in de loop der tijd nogal wat aangebouwd of verbouwd was.

Echt origineel is het kamertje op zolder, waar Betje haar gedachten aan het papier toevertrouwde. Zij noemde het "Kipperust". Van daaruit had ze een prachtig gezicht op de kerktoren en dat is nog steeds zo. (Hoewel: als de voorgestelde nieuwbouw aan de zijkant van de kerk zal verrijzen, het zicht tot aan de boogramen zal worden onttrokken).
Aan de zolder van het museumpand is eveneens weinig veranderd.

Het museum kon in 1950 van een particulier aangekocht worden. Aanvankelijk dacht men hier een agrarisch museum te vestigen, maar dat kon niet verwezenlijkt worden. Wel kon zowat het hele huis ingericht worden met schenkingen van particulieren. Omdat die schenkingen niet allemaal uit de tijd van Betje waren, maar meer uit de 18de en 19de eeuw zijn in het museum meerdere stijlkamers gemaakt. Zo ademt de voorkamer de sfeer van het eind van 19e/begin 20ste eeuw en de tuinkamer die van rondom 1850 met als pronkstuk de rijkelijk voorziene linnenkast.

Na het theepraatje kregen de bezoekers, zoals het hoort bij een kennismakingsbezoek, gelegenheid het huis en zijn inboedel even te bekijken. De gastvrouwen Tine en Aafje en de gastheer Geert Heikens namen ze in groepjes mee. De dames hadden natuurlijk grote belangstelling voor de voorwerpen, die in het kader van de lopende tentoonstelling "'t Is goed, het wasgoed" in het huis en het Koetshuis aangetroffen werden. Zij konden zich immers nog wel de wasketel, het wasbord, de wringer en de ceremonie om de wekelijkse was herinneren.
Voor Alie was er toen even gelegenheid om, in afwachting van de volgende groep bezoekers, de kopjes af te wassen.