't Is goed, het wasgoed
Tentoonstelling over de was in Betje Wolff
nu geopend
Middenbeemster, 6 juli 2008
De restauratie van het Museumje Wolff was, wat de buitenkant betreft, inmiddels klaar. Veel later, dan oorspronkelijk in de bedoeling lag. Dat kwam omdat er tijdens de werkzaamheden steeds meer gebreken werden aangetroffen, die geen uitstel van herstel duldden. Maar nadat de laatste stellingen in de eerste week van juni waren weggehaald en de medewerkers het huis van onder tot boven eerst eens flink onder handen hebben genomen, kon eindelijk de tentoonstelling na maanden van voorbereiding worden ingericht. Op zondagmiddag kwamen de medewerkers/vrijwilligers in de tuin van Betje Wolff bij haar op de thee, voor het traditionele gezellig samenzijn dat altijd aan de opening van een tentoonstelling vooraf gaat.
Omdat bij velen de vakantie inmiddels al was aangebroken kon Alie Vis, voorzitter van Betje Wolff helaas niet zoveel vrijwilligers welkom heten, maar het was toch wel leuk om nu even gezellig een babbeltje te maken en iets te vertellen over het wel en wee van Betje in de afgelopen maanden en natuurlijk de tentoonstelling.
Aangezien de tentoonstelling pas in juli voor geopend verklaard kan worden, is door het bestuur van Betje besloten deze volgend jaar te herhalen. Dit houdt ook verband met het feit, dat alle restauratiewerkzaamheden nog niet tot het verleden behoren. Na de sluiting van het seizoen, eind september, gaat de binnenkant van het museum namelijk onder het mes.
Het museum is dan ook op zondag niet open. Gedurende anderhalve maand zal het vloeren vervangen, timmeren en schilderen zijn, waarbij de museumcollectie van de ene naar de andere kamer verplaatst en versleept moet worden. Het zal heel veel rommel en werk opleveren om daarna weer alles schoongepoetst en ingeruimd te krijgen, maar half november hoopt Alie Vis het museum weer weer zover te hebben om groepen te ontvangen, die er de voorkeur aan geven om buiten het zomerseizoen Betje rustig te bezoeken.
 |
Twee dames: Rie Duyn en Tini Maars Nierop, die vele jaren hebben gezorgd, dat het museum er spic 'n span uit zag hadden te kennen gegeven er mee te willen stoppen. Als dank voor hun inzet kregen ze een fraai keramisch potje met het logo van het HGB. |
 |
 |
En dan was er ook het praatje over de was door mevrouw K.Noome-Schagen, die uit ervaring als vakdocente aan de huishoudschool daar wel wat over wist te vertellen. Ze werd aangevuld door de aanwezige dames, die zich ook nog wel het een en ander herinnerden. |
 |
Betje aangehaald:
Het was alles heel genoeglijk, daar in die fraaie pastorietuin met een heerlijk zonnetje er bij en natuurlijk, tradioneel, was het op de thee bij Betje. Alie haalde uiteraard enige gezegden van Betje aan. In 1776 schreef ze: "Nu ga ik je groeten en my de Godgansche week diverteren met mijn was. Luister eens of je me onder 't mangelen niet hoort zingen, want ik heb een mangeltje naar mijn lijfje".
Of uit de Economische liedjes van 1781 over het aanstellen van een dienstmeid: "Heeft zij wel overvloed van linnen in haar kist of kas? Is zij knap op haar lijf? Want zie, ik stuur mijn grote was maar om de maand of vijf!"
Maar daarna was het toch tijd om de tentoonstelling te bekijken. In de 'mooie' en de domineeskamer was, uiteraard, niets van de wasdag te merken, maar in alle overige vertrekken natuurlijk wel. Zo waren in het koetshuis diverse oude wasmethodes, stond in de keuken de meid te strijken en op de zolder in de vitrine stond een verzameling leuke miniatuur wasmachientjes.
 
Ook in oude schoolboekjes gaat een hoofdstuk over de was. Ot en Sien zitten onder het wasrek, dat ze gebruiken als huisje. Het leuke is ook, dat ter gelegenheid van deze tentoonstelling een werktekening is gemaakt van een dergelijk wasrek en deze is voor de knutselaars onder de bezoekers ook aan te schaffen.
 
|