Home
Informatie
Betje Wolff
Westerhem
Nieuws
Nieuwsarchief
Exposities
Publicaties
Historie
Contact
Peter Korf de Gidts op dreef over oud glas
Zondag 14 september 2002


De weersomstandigheden waren op de deze zondagmiddag uitermate geschikt voor de traditionale jaarlijkse buitenmiddag van het Historisch Genootschap Beemster in de tuin van museum Betje Wolff . Bijna traditioneel 'Betjeweer' dus.! Bij de Beemsterlingen bleek grote belangstelling te bestaan voor de lezing over oud glas door Peter Korf de Gidts. Het was niet zelden een vreugdevolle hernieuwde kennismaking met de oud-plaatsgenoot, want dat is Korf de Gidts. Jarenlang heeft hij namelijk op 'De Buurt'in Middenbeemster gewoond maar zich sindsdien gevestigd in het 'Mekka voor de antiquair: de Amsterdamse Spiegelstraat. Een groot gezelschap had op het terras een plaatsje gevonden, maar de zon scheen hun daar bijna onbarmhartig in het gezicht. Velen hadden daarom ook een plekje gezocht in de schaduw van de fruitbomen. Maar gezellig was het zeker.
Voorzitter Henk Komin vertelde in zijn welkomstwoord dat de ledenwerfactie door middel van de huis-aan-huis verspreiding van de eerste editie van de nieuwe periodiek 'De Nieuwe Schouwschuit', toch flink wat nieuwe leden voor het Historisch Genootschap had opgeleverd. Daarna gaf hij het woord aan de gast van deze middag. Deze bleek over zoveel verteltalent te beschikken dat het publiek geboeid en muisstil naar hem luisterde. Korf de Gidts leidde zijn praatje in met de anecdote hoe hoe zijn eerste stukje glaswerk had aangeschaft bij Machielse in Purmerend en dat dit het begin was van zijn hobbie en daarna zijn beroep. "Ik wilde iets moois kopen en zag dat glaasje in de etalage staan"... Daarop beeldde hij op een vermakelijke manier uit hoe de toenmalige Purmerendse 'antiquair', hem zo bewerkt had dat hij uiteindelijk later toch met een min of meer waardeloos glas in de hand weer buiten de winkel stond. Hij vertelde over het onstaan van het glas maken en dat het wel vijf duizend jaar geleden was dat ontdekt werd dat zand en kalk daarvoor de noodzakelijke bestanddelen zijn. De Egyptenaren hebben voor het eerst van eenkneedbare substantie kleine reukflesjes gemaakt. De Assyriërs zijn er echt mee aan de slag gegaan en vonden de blaaspijp uit. Maar ook dat er nog een ingrediënt nodig was om glas te maken: potas. De originele kleur van glas is van oorsprong groen. Later werd er nog een bestanddeel aan toegevoegd waardoor wit glas ontstond. In Engeland werd ontdekt dat glas nog meer ' 'vervolmaakt' kon worden door er lood aan toe te voegen, waardoor kristal ontstond. Korf de Gidts had een aantal glazen meegenomen en liet die onder het publiek rondgaan. Later pas vertelde hij wat de waarde van deze glazen was. Het bleek om astronomische bedragen te gaan. In het begin van de zestiende eeuw hebben zich ook Venetiaanse glasblazers in Nederland gevestigd. Zo was er één in Amsterdam, die met groot enthousiasme werd binnengehaald. Het stadsbestuur zag er voordeel in om deze vakmensen binnen haar gebied te laten vestigen. Voor de betreffende glasblazer werd de helft van de bevolking van het Begijnenhofje uit hun woning gezet en mocht de glasblazer er zijn activiteiten starten. Men verwachtte dat de glasblazer voor de stad aantrekkelijk glaswerk zou gaan maken. De glasblazer zag hij er echter meer in om 'slavenkralen' te maken. Op de Amsterdamse grachten woonden namelijk toen veel rijke kooplieden, die onder meer slaven uit Afrika naar de Nieuwe Wereld vervoerden. En al luisterend naar de verhalen over glas dat een heel bijzondere geschiedenis kent, verstreek de zonnige zondagmiddag snel. Het kostte voorzitter Komin zelfs moeite om de geestdriftige verteller te laten stoppen. Deze liet als laatste een prachtige g fles zien, waarop een gravure stond van Prins Willem V.